Dromen vormen een uiterst interessant fenomeen. Het brein zet naar alle waarschijnlijkheid een nachtelijk herordeningsproces in gang, waarbij zaken zoals indrukken, angsten, verlangens en fantasieën worden verwerkt. Dit uit zich in een audiovisuele ervaring waarin logica en samenhang doorgaans ontbreken, maar dat maakt de inhoud van een droom niet minder fascinerend. In de loop der jaren heb ik mijn dromen wel eens opgeschreven en besloot een selectie daaruit te publiceren op Metinseven.com.
Ergens in de laatste jaren van mijn middelbare schooltijd droomde ik op een nacht dat ik over een uitgestrekt grasveld liep. Er hing een onheilspellende sfeer en ik wilde weg uit de omgeving. Na een poosje te hebben gelopen zag ik vanuit de verte een vliegtuigje naderen. Het was een klein propeller-aangedreven personenvliegtuigje en al snel werd duidelijk dat het toestel pech had en probeerde een noodlanding te maken. Maar dit werd onmogelijk gemaakt door de ernstige aard van de pech, waarop het vliegtuigje in een spiraalbeweging naar beneden stortte. Na de grond te hebben geraakt vloog het toestel onmiddelijk in brand.
Ik wilde te hulp schieten, maar besefte dat de te overbruggen afstand te groot was om nog iemand tijdig levend uit het brandende wrak te kunnen redden. Vol adrenaline keek ik een poosje machteloos naar het brandende wrak, toen er plotseling toch nog iemand uit kroop en brandend nog een heel stuk over het veld rende alvorens dood neer te vallen. Verbijsterd voelde ik een enorm schuldgevoel opwellen omdat ik de man misschien toch nog had kunnen redden. Toen werd ik wakker van de opwinding, keek op mijn wekker hoe laat het was, bleef even een tijdje wakker om bij te komen en ben weer in slaap gevallen.
De volgende middag kwam ik uit school samen met mijn beste vriend. Thuis was het de gewoonte om de televisie even aan te zetten. Al zappend kwam ik voorbij een Duitse nieuwsuitzending, waar men sprak van een ongeluk bij een vliegshow in Amerika. Men schakelde over naar beelden van de gebeurtenis en tot mijn verbazing zag ik een vliegtuigje net als in mijn droom met een spiraalbeweging uit de lucht storten en op een groot grasveld neergekomen in brand vliegen. Dit gebeurde met de vrouw van de piloot als getuige, die ongeveer op dezelfde afstand stond als ik in mijn droom stond.
Onder de indruk van de overeenkomsten met mijn droom ben ik gaan rekenen hoe laat het in Nederland was toen het ongeluk plaatsvond en kwam tot de bizarre conclusie dat het omstreeks dezelfde tijd was gebeurd dat ik mijn droom had.
Nu ben ik geen zweverig persoon en houd van wetenschappelijk onderbouwde verklaringen. Mijn theorie is dat er tussen mensen een zend- en ontvangprincipe bestaat, bijvoorbeeld via hersengolven die op een bepaalde frequentie uitzenden en ontvangen. Er is tenslotte maar een relatief klein deel van het stralingsspectrum dat wij kunnen waarnemen met onze ogen en oren. Mijn theorie is dat ik in mijn droom de intense emoties van de vrouw van de piloot heb opgevangen (en wellicht velen met mij), net zoals een radiouitzending vanuit de ene kant van de wereld aan de andere kant van de wereld kan worden ontvangen.
In deze droom stond ik in de grote hal van het centraal station in Amsterdam. Het was kerstmis en erg druk en gezellig in de hal. Er stonden zelfs kraampjes met allerlei koopwaar en lekkernijen. Ik bezat een bijzondere gadget die mooie, grote, gekleurde zeepbellen kon produceren. Het ding zag er uit als een grote, oranjekleurige pen. Ik hoefde alleen maar op een knopje te drukken en de zeepbel werd, in steeds een andere kleur, geproduceerd. Daarna kon ik hem eraf blazen, de hal in. Ik blies de ene bel na de andere weg en langzamerhand trok ik steeds meer de aandacht van de massa kris kras door elkaar lopende mensen. Vol bewondering keken de mensen omhoog, naar de steeds talrijker wordende, kleurige zeepbellen. Het was een zeer betoverend gezicht. Ik voelde me warm van binnen, doordat ik de harten van zoveel mensen tegelijk raakte met het magische tafereel. Op het hoogtepunt van het schouwspel was de gekleurde inkt van mijn bellenblazer op en werden de bellen ineens gewoon transparant. Langzaam zette de massa zich weer in beweging. De magie van het moment was voorbij en ik wilde haastig op zoek naar nieuwe inkt, maar wist niet waar ik dat moest zoeken.
Tegen de ochtend heb ik een filmische droom. Acteur Al Pacino verlaat de zolderkamer van zijn zoontje om met de lift naar beneden te gaan. Het huis is in principe mijn ouderlijk huis, maar de lift vermengt het huis met een flatgebouw. Terwijl Pacino in de lift staat, ziet hij een magere man met achterover gekamd haar en een bril met Sixties-montuur via het trappenhuis om de ouderwetse lift heen omhoog lopen. Een moment van verwondering en besef volgt bij Pacino, waarna hij meteen op de knop drukt van de eerstvolgende verdieping waar hij zal aankomen, om vervolgens met een noodvaart via de trap naar boven te rennen. Aangekomen in de hal naar de zolderkamer van zijn zoontje hoort Pacino zijn zoontje al naar adem snakken. Hij trekt een pistool, trapt de deur open en ziet zijn zoontje worden gewurgd door de man. De man laat meteen los, Pacino rent op beiden af en slaat zijn arm om het hoofd van zijn zoontje om zijn ogen en oren af te sluiten voor de gebeurtenis die volgt: Pacino schiet de man door zijn brilglas c.q. oog en vervolgens nog een keer door zijn gebit heen. Het bloed druipt van de muur af en de man zakt in elkaar.
Niet lang voor het overlijden van mijn moeder droomde ik dat ik in de buurt van mijn toenmalige woning over straat liep, omstreeks dezelfde tijd dat ik het droomde: midden in de nacht. In de bewuste buurt is het op zich al relatief rustig qua mensendrukte en ’s nachts kom je helemaal geen mens tegen. Zo was het ook in mijn droom. Ik liep door de met bomen overgroeide straten, onder de straatlantaarnverlichting door die de boomkruinen ’s nachts een magisch groen lichtschijnsel geven. Op een gegeven moment begon het me te dagen dat het een droom moest zijn waarin ik me bevond, maar toch voelde ik me ondanks het besef dat mijn lichaam op dat moment in bed lag zeer aanwezig op straat in de buurt van ons huis. Ik bleef in de droom, maar bedacht dat het mijn geest moest zijn waarmee ik in de straat aanwezig was. Op dat moment begonnen de boomkruinen boven me zacht te ruisen en ik voelde de aanwezigheid van andere geesten om me heen. Ik voelde me niet angstig, maar aangetrokken tot de andere geesten en ik dacht rationeel na over het feit dat ik zonder fysieke aanwezigheid in staat moest zijn om me van de grond los te maken en me tussen de geesten in de ruisende boomkruinen te voegen. Het lukte en ik zweefde omhoog. Het was een bevrijdend en ecstatisch gevoel om te vliegen en me temidden van de overige aanwezige geesten op de wind mee te laten drijven door de boomkruinen in onze buurt. Toen werd ik wakker, waarschijnlijk van de opwinding door de lucide droom.
In deze droom liep ik mee met de toenmalige Amerikaanse presidentskandidaat John Kerry terwijl hij een bezoek aan Amsterdam bracht. Op de Dam werden rode en blauwe ballonnen opgelaten, de rode waren voor Kerry en de blauwe voor George W. Bush. De rode waren in de meerderheid. Ik fotografeerde het schouwspel en Kerry vroeg me met een onzekere blik in zijn ogen hoe hij het moest aanpakken om te winnen van Bush. Ik maakte het gebaar van een gebalde vuist in de lucht en zei dat hij meer overtuigingskracht moest uitstralen. Vervolgens zei ik dat Bush weliswaar een schurk is die onzin verkoopt, maar dat hij het verkoopt met een standvastigheid die zijn onzin de illusie van betrouwbaarheid geeft. Toen gingen Kerry en ik samen met een analytische insteek een promotie-uitzending van Bush bekijken.
Toen ik wakker werd besefte ik dat ik Kerry niet anders zou adviseren als ik in de werkelijkheid een kans zou krijgen.
Deze ochtend had ik een merkwaardige, kryptische droom. Ik bevond me in het huis van mijn overleden moeder aan de Albrechtlaan te Bussum en de deurbel ging. Ik deed open en daar stond mijn moeder, samen met haar vriend. Ik was met stomheid geslagen, terwijl mijn moeder gewoon binnen kwam en aan haar gebruikelijke bezigheden in de keuken begon. Ze had een bloeduitstorting verticaal over haar gezicht en ik zei tegen haar: “Hoe kan dit nou? Je bent al een hele tijd geleden overleden!” Waarop mijn moeder antwoordde: “Welnee joh, we hebben een auto-ongeluk gehad, en we zijn er met wat kleerscheuren vanaf gekomen”. Ik keek mijn moeders vriend aan en hij vertrok zijn gezicht tot een grimas van pijn terwijl hij over zijn heup ging met zijn vlakke hand.
Ik wilde graag geloven dat mijn moeder echt nog leefde en ik begon te vertellen hoeveel pijn en verdriet haar vermeende dood me had bezorgd en wat erna allemaal is gebeurd. Het was een hele opluchting om daarover te kunnen praten met mijn moeder.
Vervolgens betraden we de woonkamer, waar een complete buitenlandse familie op de twee banken zat. Ik kende niemand ervan en voelde me een beetje ongemakkelijk. De hele kamer stond vol met kaarsen en er was een seance aan de gang. Ik ging zitten op de grond en het volgende moment kwam er een meisje in een nachtjapon binnen. Het meisje was duidelijk aan een verdrinkingsdood overleden. Ze zat onder de algen en haar lichaam was verkleurd en opgeblazen door het water. Ze liep met trage schreden door de kamer en had een kaars in haar handen. Toen ze mij zag keek ze plotseling verschrikt op, wees naar me en sprak luid: “Dat is niet goed wat je daar doet!” Op dat moment besefte ik dat ik in mijn zithouding een skelet omarmde. Het meisje schreeuwde: “Het is de dood! Laat het los!”
Op dat moment werd ik wakker. Toen ik over het meisje nadacht moest ik onherroepelijk denken aan de ramp met een vloedgolf door een zeebeving die zich vlak voor de droom had voltrokken in Zuidoost-Azië. Daar zijn veel mannen, vrouwen en kinderen de verdrinkingsdood gestorven.
In deze droom lig ik een beetje onderuit op een sofa samen met een meisje van circa achttien jaar. Ik heb mijn arm om haar heen vanuit een vriendschappelijk gevoel, geen sexuele sfeer. De sofa staat in een hal van een vervallen oud huis en er hangt een naargeestige sfeer. Op een gegeven moment beginnen ineens alle ramen en deuren om ons heen een paar keer uit zichzelf dicht en weer open te slaan, en ik zeg opgewonden maar rationeel tegen het meisje dat zoiets niet zomaar uit zichzelf kan gebeuren en dat er sprake moet zijn van een geest.
Op dat moment begint het meisje te vertellen over haar overleden tweelingzus die maar niet wil accepteren dat ze dood is gegaan en jaloers is op haar nog levende zus. Terwijl het meisje dat vertelt schrik ik als ik achter de ruiten van een glazen deur vlak naast me de overleden zus zie staan, in het donker. Ze is lang en vel over been als een anorexiapatiënt. Alle holten in haar lijf en gezicht zijn donker, met name haar oogkassen, en ze kijkt ons enorm kwaadaardig aan. Dan perst ze bloed uit haar mond, dat vermengd met haar speeksel een lange, dunne straal naar de grond vormt, terwijl ze ons strak aan blijft kijken met haar glazige ogen.
Op dat moment word ik wakker.
Vannacht droomde ik dat ik op de één of andere onverklaarde wijze tegen mijn wil verstrikt was geraakt in een criminele organisatie die dreigde mijn vrouw te vermoorden als ik niet met ze zou meewerken. Een gevolg daarvan was dat ik werd gedwongen om mee te gaan met een huurmoordenaar om hem te assisteren bij een moordklus.
’s Avonds aangekomen bij het adres van het slachtoffer belde de huurmoordenaar aan en tot mijn verbazing deed een oude vriend van me open. Hij verwelkomde ons, waarbij hij enthousiast reageerde op mijn onverwachte bezoek. De huurmoordenaar deed zich voor als een vriend van me die was meegekomen. Ik voelde me nu extreem ongemakkelijk, omdat ik wist dat de oude vriend weldra zou worden vermoord. Maar de angst dat mijn vrouw zou worden vermoord weerhield me van actie ten gunste van de oude vriend.
We liepen gedrieën naar boven, naar een ruime zolderkamer die als werkkamer diende voor de vriend, die schrijver is. Hij babbelde honderduit over onder meer zijn werk, terwijl ik alleen maar kon denken aan het onvermijdelijk naderende moment van zijn dood.
Toen de vriend aan zijn bureau ging zitten om iets op de computer aan ons te tonen haalde de huurmoordenaar een pistool uit zijn binnenzak, draaide er vlug en behendig een geluiddemper op en richtte het op het achterhoofd van mijn vriend. Ik kon niet toezien hoe de vriend zou worden vermoord en liep weg. Toen ik bovenaan de zoldertrap stond hoorde ik het gedempte pistoolschot en zag ik tot mijn afgrijzen uit mijn ooghoeken dat de vingers van mijn vriend zich op zijn bureaustoelleuning spastisch verkrampten. Er volgde een tweede schot, waarna de vingers zich ontspanden.
De huurmoordenaar en ik verlieten het huis, waarop ik aan de moordenaar vroeg wie de opdracht had gegeven om mijn vriend te vermoorden en waarom. Daarop antwoordde de moordenaar dat de vriend zelf de opdracht had gegeven, waarbij hij de reden had geschreven in brieven die hij aan zijn familie had gestuurd en die de volgende dag zouden aankomen.
Het volgende moment in mijn droom liep ik nog steeds met de moordenaar over straat in de buurt waar ik woon, terwijl net als in een film een brief van mijn vriend in beeld verscheen, waarbij de brief door hem zelf werd voorgelezen. Hij vertelde dat hij de inspiratie voor zijn schrijfwerk geheel was kwijtgeraakt en daarmee de inspiratie voor zijn leven. Omdat mijn vriend de gedachte aan zelfmoord niet kon verkroppen, besloot hij daarom de huurmoordenaar in te huren.
Een vreemd gevoel bekroop me, nu ik wist dat mijn vriend er zojuist van op de hoogte was dat hij zou sterven in mijn bijzijn. Ik voelde me triest over de dood van mijn oude vriend, maar tegelijkertijd voelde ik een zekere opluchting, omdat mijn schuldgevoel werd gereduceerd door de wetenschap dat de vriend het gebeurde wenste en zijn dood ook zelf had geregeld.
Aan het einde van de droom liep ik door een druk warenhuis, waarbij ik besefte dat iedereen mij beschouwde als een gewoon persoon, terwijl ik min of meer medeplichtig was aan een moord. Ik dacht eraan dat je bij een moordzaak vaak op televisie hoort dat omwonenden over een gearresteerd persoon dingen zeggen als “Hij leek altijd zo gewoon” en “Het was altijd zo’n vriendelijke man”.
Ik stond op perron 2 van het treinstation Naarden-Bussum, waar ik gedurende mijn hele jeugd schuin tegenover heb gewoond. Ik had een homp boetseerklei in mijn handen, en ik begon daar de vorm van een vloeiend kronkelende boomtak mee te modelleren. Toen ik klaar was besefte ik dat iedereen die ook op het perron stond een eigen tak had geboetseerd, en we stonden allemaal met onze eigen tak in de handen een beetje ongemakkelijk om ons heen te kijken. We voelden allemaal hetzelfde: we waren weliswaar aan elkaar verwant met onze soortgelijke takken, maar de stam die ons zou moeten verbinden ontbrak, waardoor er een afstand bleef bestaan.
Eenmaal wakker geworden dacht ik na over de intrigerende metaforische droom. Ik interpreteer de droom als een weerspiegeling van de moderne maatschappij: door het vergevorderde hedendaagse individualisme vergeten we steeds meer hoe we allemaal zijn ontstaan uit en deel uitmaken van hetzelfde geheel. Einstein sprak ooit: “A human being is a part of a whole, called by us universe, a part limited in time and space. He experiences himself, his thoughts and feelings as something separated from the rest, a kind of optical delusion of his consciousness. This delusion is a kind of prison for us, restricting us to our personal desires and to affection for a few persons nearest to us. Our task must be to free ourselves from this prison by widening our circle of compassion to embrace all living creatures and the whole of nature in its beauty.”
Sep 09
This entry was posted on Sunday, September 9th, 2007 at 1:19 pmand is filed under Persoonlijk. You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. Responses are currently closed, but you can trackback from your own site.
2 Comments Dromen
Rudy (Hulleman) Talbo
1Adembenemende Verhalen!
Helder en Beeldend verteld!
George Melies en David Linch zouden er een karrevracht aan inspiratie uit opdoen!
1maal begonnen met lezen is er geen stoppen meer aan!
Stuk voor stuk Boeiende, Ontroerende en WonderMagisch vertellingen die de fantasie en de vraag “wat is de werkelijkheid?” prikkelen!
Meeeeeer!!!
September 10th, 2007 at 9:10 am
admin
2Dank je zeer Rudy!
September 10th, 2007 at 10:17 am
RSS feed for comments on this post · TrackBack URI