Oorspronkelijk gepubliceerd op de eerste versie van Metinseven.com, juli 2003.

Korte URL: http://u.nu/67p7

Taal … Nagenoeg elk mens moet dagelijks met behulp van de stembanden, tong en lippen een gecontroleerde reeks klanken produceren om te communiceren met de buitenwereld. Taalvermogen is één van de weinige essentiële zaken waarmee een onderscheid tussen mens en dier kan worden gemaakt. Met andere woorden: taal is een zeer belangrijk wapen ter overleving en ontwikkeling. Daarom zou je verwachten dat iedereen zijn of haar uiterste best doet om die taal zo goed mogelijk te beheersen. Maar in de praktijk blijkt dit nog wel eens tegen te vallen.

Of het nu het gesproken of het geschreven woord betreft, er bestaan nogal wat misvattingen over de juiste spelling en het correcte gebruik van verscheidene woorden in de moerstaal. De oorzaak hiervan kan te vinden zijn in dyslexie (welke grapjas heeft daar ooit zo’n lastig te spellen woord voor bedacht?), in onwetendheid of gemakzucht. Er is veelal sprake van de alom beruchte ‘eeuwige’ fouten, zoals het verschil tussen “kennen” en “kunnen”, om nog maar niet te spreken van het vermaarde duo “als” en “dan” en natuurlijk niet te vergeten: de aloude twist tussen “mij” en “ik”. Natuurlijk mag ook de roemruchte tweeling “enige” en “enigste” niet in dit rijtje ontbreken. Tweelingen worden nogal eens met elkaar verward. Zo ook in dit laatste geval. Als het gaat om een enkel persoon of voorwerp, dan spreek je van de enige persoon of het enige voorwerp. “Enigste” is echter ook mogelijk, in de context van bijvoorbeeld een collectie enige jurken, waarvan er één de enigste jurk is in de betekenis van “de beeldigste jurk”.

Soms is er sprake van een zodanig ingeburgerde fout dat het moeilijk is om mensen van die fout te overtuigen. Een goed voorbeeld is de uitspraak van het uit de Franse taal geleende woord “accessoires”. Een woord dat met name populair is in radioreclame en luchtige televisiemagazines. Bijna zonder uitzondering spreekt iedereen het woord verkeerd uit. Men zegt namelijk nagenoeg allemaal “asseswares”, terwijl volgens de taalregels de enige juiste uitspraak “akseswares” is. Een logische gedachtengang noopt ons dan ook om het woord te vergelijken met verwante woorden zoals “accent”. Dat spreken we toch ook niet uit als “assent”? Men heeft het toch ook niet over “asseleratie” of “asseptabel”? Luister voorts naar de uitspraak van het woord in buitenlandse varianten en je zult de Engelsman horen zeggen “aksessories” en ook de Fransman spreekt het uit zijn taal stammende woord op de enige juiste wijze uit. Hiermee zijn we beland bij de conclusie dat accessoires eigenlijk een gallicisme is en de ware Nederlandse taalpurist het woord eenvoudigweg zou moeten mijden.

Ik kan het niet laten om nog een paar voorbeelden aan te halen. Neem nou de uitspraak “ze is vegetarisch”. Het is niet erg respectvol om iemand als plantaardig te bestempelen. Zeg liever zoals het hoort: “ze is vegetariër”. Een ander veelgehoord voorbeeld is “hij is paranoia”. Iemand is niet “paranoia”, maar paranoïde. Paranoia is het fenomeen. Mocht je je irriteren aan de belerende toonaard van dit artikel, dan moet ik je teleurstellen: je ergert je aan iets of iets is irritant. Het duo “indertijd” en “toentertijd” wil ook nog wel eens verwarring zaaien. Veel mensen schrijven namelijk “toendertijd”, terwijl de enige juiste schrijfwijze een “t” inhoudt in plaats van een “d”. Nou vooruit, nog een taalgeval: de verwarring tussen “septisch” en “sceptisch”. Men zegt namelijk nog wel eens “septisch” als het gaat over de neiging tot twijfel, maar septisch is een medische term voor iets dat ziektekiemen bevat, en als je ergens over twijfelt dan ben je sceptisch, uitgesproken als “skepties”.

Naast woordfouten kan de taalvergissing ook sluipen in leestekens. Onder de veelgehoorde gevallen op dit gebied bevinden zich het aanduiden van een apostrof als een komma -omdat het eruit ziet als een komma, maar dan wat hoger geplaatst- en een tilde als een “kringeltje”. Ook hoog gerangschikt in de denkbeeldige top 100 is de verwarring tussen haakjes en aanhalingstekens. Een aanhaling moet dan volgens iemand “tussen haakjes”. Wat betreft de bezittelijke vorm weten veel mensen bijvoorbeeld niet af van de Nederlandse taalregel dat na een medeklinker in een naam geen apostrof nodig is. Een voorbeeld: het is “Metins woordenboek” en “Natasja’s woordenboek”. In het verlengde hiervan wil ik ook graag het volgende uit het algemeen beschaafd Nederlands helpen: men wil het nog wel eens hebben over “Gerard zijn hond” en “Chantal haar poes”. Ook dit is helaas foutief taalgebruik. Houd het gewoon bij “Gerards hond” en “Chantals poes”, net zoals “wiens kanarie” beter is dan “wie z’n kanarie”.

Dan is er nog de kwestie lidwoorden. Een sprekend voorbeeld hiervan is het woord “stempel”. Als je namelijk spreekt van “de stempel”, dan heb je het over het voorwerp waarmee je stempelt. De afdruk die de stempel achterlaat is echter het stempel. Voortzemelend over lidwoorden mag ook het woord “soort” niet ontbreken. Ik hoor mensen wel eens zeggen: “die soort dingen”. “Soort” is net als “stempel” een woord dat met twee verschillende lidwoorden kan worden gebruikt, maar wederom in verschillende situaties. Met “de soort” duid je bijvoorbeeld een diersoort aan. In die vorm is “soort” een zelfstandig naamwoord. “Het soort” kan ook, doch alleen in een constructie zoals “het soort mensen dat niet het correcte lidwoord gebruikt”. Als laatste snijd ik het onderwerp lidwoorden voor afkortingen aan. Het juiste lidwoord voor een afkorting is afgeleid van de woorden waar de afkorting voor staat. Je zegt “de c.v.” omdat het “de centrale verwarming” is. Je zegt niet “de o.v.”, want het betreft “het openbaar vervoer”. Waarom hoor je iedereen dan zeggen en schrijven “de w.c.”, terwijl de afkorting verwijst naar “het watercloset”?

TELEVISIETAAL

Een schier onuitputtelijke bron van slordigheid en nonchalance op taalgebied is zonder twijfel de televisie. Veelvuldig hoor je bijvoorbeeld “ik weeg te zwaar” of “dat kost te duur” uit de luidsprekers klinken. Op de middelbare school leerden we het reeds: contaminaties zijn foutieve combinaties van twee woorden of uitdrukkingen met dezelfde betekenis. En nu we het toch over overbodige herhaling hebben, houd nou eens op met dat eeuwige “idem dito”. Beide Latijnse woorden hebben een vergelijkbare betekenis (”evenzo”) en bovendien schrijf je ditto met twee t’s, aangezien “dito” met een enkele “t” een ander Latijns woord is, namelijk “verrijking”. Vice versa zijn er uitspraken die fout worden geacht, maar dat niet zijn, zoals “het smaakt lekker”, hetgeen correct Nederlands is, terwijl er vaak wordt gedacht dat je “het is lekker” of “het smaakt goed” moet zeggen.

Ook veelgehoord op televisie zijn taalkundige verschrikkingen zoals “uitprinten” en nog erger: “uittesten”. Spreek over “afdrukken” of “uitdraaien”, of als je liever Engels spreekt over “printen”. Wat “uittesten” betreft: houd het alsjeblieft bij “uitproberen” of gebruik indien je dit prefereert het anglicisme “testen”. Maar de televisie heeft ons meer taalmissers te bieden. Onlangs hoorde ik dat Beau van Erven Dorens het in zijn vermakelijke verstand-op-nul pulpprogramma RTL Boulevard had over “geen één”, terwijl hij het natuurlijk had moeten hebben over “niet één” of “geen enkele”. Miereneuker, ik? Nee hoor, hoogstens een mierenneuker. Nog iets waar ik me aan kan ergeren is de argeloze overname van taalverzinsels die door televisie-uitzendingen worden verspreid. Zo haat ik het woord “euri”. Typisch een begrip dat al rap via televisie is ingeburgerd, maar taalkundig is het onzin. Het impliceert dat het woord “euro” enkelvoud is in de Latijnse taal (zoals radius ten opzichte van radii), terwijl “euro” is afgeleid van het klassiek-Griekse Europa. Bovendien is de meervoudsvorm niet nodig. In de tijd van de gulden zei men tenslotte ook niet “Dat is dan vijfentwintig guldens.” De meervoudsvorm was alleen van toepassing als het om 25 fysieke guldenmunten ging. Enfin, naast foutief taalgebruik bestaat er ook zoiets als onzinnig taalgebruik. Neem de archetypische reclames voor schoonheidsartikelen. Daarin hoor je termen voorbij komen zoals “volledige hydratatie”, “multiweerschijnend” en “microcontracties”. Kan iemand mij vertellen waarom ze dat soort onzinnige begrippen niet proberen te vertalen naar algemeen beschaafd Nederlands? Is dat omdat het dan niet indrukwekkend en onbegrijpelijk genoeg klinkt voor de onnozelen die de producten in kwestie ook daadwerkelijk aanschaffen om door de volledige hydratatie hun gehate rimpels als sneeuw voor de zon hopen te zien verdwijnen? Mijn advies: koop een beeldbewerkingspakket zoals Photoshop en je schaft daarmee het enige daadkrachtige middel aan dat rimpelloosheid waarborgt. Nog beter: laat je niet opjutten door de gevestigde bekrompen opvatting dat rimpels en veroudering negatieve verschijnselen zijn.

Maar ik dwaal af. Ik had het over televisietaalgebruik. Laten we het onderwerp barbarismen eens aansnijden. Onlangs hoorde ik in een televisiereclame de uitspraak “excellente service”. Waarom nou niet gewoon “uitstekende service”? Waarom nou weer zo’n goedkoop anglicisme / gallicisme als “excellent”? Ik geef toe dat een barbarisme niet automatisch een fout inhoudt, maar je kunt wel wat creatiever zijn in het vinden van een soortgelijk woord in de eigen taal, om enige taalpuurheid te behouden. Dat woorden als “weekend” het eigen “weekeinde” al grotendeels hebben verdrongen, daar doen we weinig meer tegen, maar voor je het weet praat je als zo’n cosmopolitische zakenman die de helft van zijn woordenschat maar uit het Engels haalt omdat hij dat moderner vindt klinken. Op die manier ontstaat er een lelijke taalinconsequentie, of moet ik het volgens de moderne richtlijnen spellen: inkonsekwentie? De nieuwe spelling veroorzaakt naar mijn bescheiden mening een verloedering van de [kuch] “normen en waarden” der Neerlandschen taal. Dat gezever over het groene boekje is me in de loop der jaren aardig de keel gaan uithangen. Zeg nou zelf, wat oogt lomper, “quotum” of “kwotum”? En hoe gaan we als het zo doorgaat een woord als “quotiënt” schrijven, “kwosjent”? Een dergelijke fonetische spelling is wellicht gemakkelijker te leren, maar taal moet mijns inziens ook een zekere schoonheid behouden. Kijk naar de Franse taal. Daarin schrijf je weinig zoals je het uitspreekt, maar de taal is wel bijzonder sierlijk. En nu ga ik mezelf even tegenspreken, want doordat de Nederlandse taal veelal een zekere sierlijkheid mist, klinken sommige begrippen nou eenmaal beter in het Engels. Je spreekt tenslotte toch liever van after shave gebruiken dan van “nascheer” op de beschadigde huid aanbrengen.

Na al dit erudiete gezeur ben ik verplicht toe te geven dat taal niet zo absoluut in een hokje te stoppen valt als de wiskunde. Aan 1+1=2 valt niet te tornen, terwijl taal muteert en evolueert door het taalgebruik van de massa. Woorden worden toegevoegd, gewijzigd en verwijderd uit nieuwe edities van woordenlijsten aan de hand van het veranderlijke taalgebruik van generatie op generatie. “Data” was ooit het enige correcte meervoud van “datum”, totdat zoveel mensen foutief spraken over “datums” dat zelfs de dikke Van Dale er inmiddels voor is gezwicht, net zoals zij de hardnekkige uitspraak “asseswares” al hebben ‘geassepteerd’ voor accessoires. Er is ook geen ontkomen meer aan lelijke computeranglicismen als “geüpload”, en elke taal blijft verwarrende elementen bezitten: een schaap is geschoren terwijl een vliegtuig over zijn weiland is gescheerd. Waarom heet het smelten van ijs “dooien” en het smelten van bevroren zaken “ontdooien” en niet ook dooien of “ontvriezen”? Waarom is het wel “gestofzuigd”, maar niet “getouwtrekt”? Waarom noemt men iemand die is gegijzeld een gijzelaar en niet een gegijzelde? Een handelaar handelt en een goochelaar goochelt, maar een gijzelaar gijzelt niet, want dat doet de gijzelnemer. Ik geef het op.